En toen was R. aan de beurt. Het werd een middag vol liefde, warmte en bewondering. Met af en toe en her en der een ingehouden snik. Met veel gelach en zelfs applaus, wat ongebruikelijk is bij begrafenissen, daar ben ik inmiddels wel achter. Na afloop was er ruim in drank voorzien wat het fietsen over de begraafplaats op zoek naar een hek dat nog wel open was, een extra randje gaf.
Op weg naar huis regende het alsof er een douchekraan was opengedraaid. Bij het stoplicht aan de Stadhouderskade werden we bijkans van onze fiets geblazen. We wachtten op het moment dat de stroom voorbijrazende auto’s tot stilstand zou komen toen de jongen naast ons zomaar opeens, met dichtgeknepen ogen zijn armen in de lucht gooide en HEERLIJK! riep.
Daarna schreeuwde hij tegen het lawaai van de storm in en vroeg of Otto misschien in de finance werkte. Ik maak klassieke gitaren schreeuwde Otto terug. Jammer, schreeuwde de jongen. Ik zoek nog een stageplaats. Daarna stopten de auto’s, sprong ons stoplicht op groen en scheidden onze wegen. Ik dacht, dit kunnen we nu niet meer aan R. vertellen.
Gitariste Esther Steenbergen
Geef een reactie