Reviews

ESTHER STEENBERGEN TRIO

SCHUBERT BACH AMSTERDAM GUITAR TRIO PAPAS CALIENTES

MEESTERS OP DE GITAAR

HISTORY

 

Subtiele Schubert op twee gitaren
Margaretha Coornstra.
Concert 12 november 2003, Odeon Zwolle
Soms heb je zo'n concert waar van je denkt: en moet hier nou heus nog een recensie achteraan? 'ik wil helemaal niet schrijven, ik wil thuis in alle rust namijmeren bij een glas wijn en dan getroost gaan slapen. Dit is ongeveer de gemoedstoestand waarin Maarten Koningsberger zijn gehoor achterlaat na 'Des Baches Wiegenlied'. Het gevoel van: alles is gezegd, ieder woord hierna is teveel. Eventjes durft men niet eens te applaudisseren zodra het allerlaatste, onnavolgbaar teder neergevlijde gitaarakkoord verklonken is; een onbetaalbaar moment tussen publiek en uitvoerenden dat wederzijds een kort verlegen lachje van verstandhouding uitlokt. Het is een concert waarbij alles klopt. Prachtige belichting, muisstil publiek. Musici die precies weten wat ze doen, in welgekozen kleding die als gegoten zit- je kunt het zo futiel niet bedenken of het is in orde. In deze onberispelijke context voltrekt zich de geschiedenis van een onzeker naïeve jongen, hopeloos verliefd op een vervelend meisje dat hem versmaadt voor een stoere jager. 'Die schöne Müllerin' van Schubert, met de pianopartij vervangen door twee gitaren. Wat in de kalme en meer peinzende liederen een extra dimensie oplevert qua verstilling en transparantie. Eerlijk is eerlijk: sporadisch verlang je naar een ferm parelende vleugel met de klep half open. Toch kan ook zo'n kwintbasgitaar verassend bars tekeergaan als het moet. En ook wat kleuring en wendbaarheid betreft doen de gitaren voor een piano stellig niet onder. Het is anders, da wel. Maar het 'close reading' dat Maarten bij zijn interpretatie betracht, wordt door Olga Franssen en Esther feilloos opgepikt en per strofe mee genuanceerd. Zoals hij met zijn stem omgekeerd et verbluffend, zeg maar virtuoos gemak aanpast aan de zachte gitaarklank, waardoor de balans perfect blijft.
En ja, het is ook Maarten Koningsberger - elke noot psychologisch uitbuitend met de subtiliteit van een Fischer-Dieskau die de avond 'draagt'. Eerst met zijn toelichting, die al een act op zich vormt. In prachtig beelden Nederlands, met de tragikomische noot maar o zo betrokken, onderwijl ijsberend en gesticulerend met brede gebaren. , volstrekt authentiek als bevond hij zich in zijn eigen huiskamer. Om vervolgens met diezelfde natuurlijke expressie, dezelfde relaxte gebaren en al rondkuierend Schuberts antiheld naar diens zelf gekozen einde te zingen. Waarna je er eigenlijk maar beter het zwijgen toe kunt doen.
(top)

 

Een innige Schubert van Maarten Koningsberger
Gebeurtenis: 'Die schöne Müllerin' van Schubert. Door: Maarten Koningsberger (bariton), Olga Franssen en Esther Steenbergen (gitaar).
Het mag een experiment genoemd worden, Schuberts liederencyclus Die schöne Müllerin zonder piano maar met begeleiding op twee gitaren. Zo doen bariton Maarten Koningsberger en twee leden van het Amsterdams Gitaartrio het nu tijdens een serie concerten in een serie Noordelijke Kamermuziek. Er is iets voor te zeggen, want Schubert zelf speelde gitaar en had tijdens het componeren van de liederen geen piano bij de hand omdat hij in een kliniek verbleef wegens syfilis. Hij schreef de muziek overigens wel degelijk met een piano in gedachten en dacht zeker niet aan een gewone gitaar en een iets grotere kwint-basgitaar voor de lage noten. Twee gitaren kunnen echter tederder klinken dan de zachtste piano en dat bleek gelijk bij het eerste lied al een pluspunt. De gebroken akkoordjes die daarin de stroom gaande houden, kunnen op piano gauw te plomp worden, zeker als het lied in een lage ligging wordt gezongen. Omdat in deze liederen bovendien veel meer piano en pianissimo voorgeschreven staat dan fortissimo, kreeg Maarten Koningsberger alle gelegenheid tot een voordracht die inniger en breekbaarder werd naarmate het verhaal vorderde. Tegenover de winst aan zachte krachten in de muziek staat natuurlijk een klein verlies: het staccato in het boze lied Der Jäger zou op piano veel feller klinken, en het lied zou er bozer van worden. Ook waar de stem verder even mag uitpakken, moest ingehouden worden - maar dat mag van Schubert maar een heel enkele keer in de hele cyclus. Binnen de door de gitaren bepaalde grenzen deed deze uitvoering van Die schöne Müllerin alle recht aan Schubert en alle recht aan Koningsbergers kunnen als vertolker. Omdat hij de liederen zelf inleidde, werd het recital op een prettige manier voor een verheven sfeer behoed, en even prettig waren zijn heel kleine theatrale gebaartjes en mimiek tijdens het zingen.
Paul Herruer


Intense muziek in ‘Schöne Müllerin’
Jack Frölich, Friesch Dagblad
Concert 11 november 2004, De Lawei
De muziek van Franz Schubert is vanaf het begin een inspiratiebron voor veel musici, componisten en dichters geweest. Hij is de liedcomponist bij uitstek en naast het op muziek zetten van gedichten van veel bekende dichters uit zijn tijd hebben een aantal van deze liederen de vorm van een liederencyclus, waarvan Die Schöne Müllerin en Die Winterreise het meest bekend zijn.
Die Schöne Müllerin vertelt het verhaal van een jonge molenaar die, geleid door een beekje dat in het verhaal zijn gids en trooster voorstelt, een mooie molenaarsdochter ontmoet en op slag verliefd wordt. In fraaie gedichten van Wilhelm Müller en met de prachtige melodieën van Schubert word je meegevoerd in de gemoedstoestand van deze verliefde jonge molenaar.
Gewoonlijk wordt dit werk van Schubert uitgevoerd door een bariton of tenor met pianobegeleiding, maar wat men meestal niet weet is het feit dat de componist dit werk aanvankelijk met gitaarbegeleiding schreef toen hij in het ziekenhuis lag en op dat moment alleen maar een gitaar ter beschikking had. Het Schubertiaans muziekjuweel was gisteravond in De Lawei in een bijzondere uitvoering te beluisteren met bariton Maarten Koningsberger en de gitaristen Esther Steenbergen en Olga Franssen.
Maarten Koningsberger leidde de liederen zelf in, op een beeldende manier vertelde hij met een vleugje humor en dramatiek over de molenaar en zijn liefde voor de molenaarsdochter, een liefde die tot mislukken gedoemd is, want de jonge vrouw ziet hem niet staan en gaat vrij ongevoelig met hem om. De molenaar heeft een vriend en dat is het beekje waaraan hij zijn gemoedstoestand vertelt.
Met het eerste lied Das Wandern bepaalde Koningsberger direct al de sfeer. Hij zingt ontspannen, verhalend en met een intense expressie, je wordt als luisteraar meteen meegevoerd door de warme sonore stem van de bariton. Je voelt door zijn manier van vertolking de psychologische worsteling van een verliefde jongeman, die in eerste instantie steeds blijer en gelukkiger wordt, maar in het tweede gedeelte geleidelijk in een diepe depressie belandt tot hij zich op het laatst in het beekje werpt en verdrinkt.
De natuurlijke en beeldende manier waarop Koningsberger Die schöne Müllerin vertolkt is een intense muzikale belevenis en daarnaast geeft de uitstekende en sprankelende gitaarbegeleiding van Olga Franssen en Esther Steenbergen het geheel wel een heel bijzondere sfeer. De gitaar is totaal anders van karakter dan de piano die normaal bij de uitvoering van Schuberts liederen wordt gebruikt. De bespeling van de kwintbasgitaar, een grotere gitaar die vijf tonen lager gestemd is dan de gewone gitaar, door Esther Steenbergen gaf de begeleiding een fraaie en diepere klankkleur.
Voorstelling: Maarten Koningsberger met Die schöne Müllerin
Plaats: De Lawei, Drachten

Schijnbaar achteloze virtuositeit
NOORDHOLLANDS DAGBLAD KEES GROENEBOOM
SUITES FOR VIOLINCELLO PLAYED ON FIFTH-BASS GUITAR - Het Amsterdams Gitaartrio heeft inmiddels een solide naam opgebouwd met knappe bewerkingen van orkestmuziek. Esther Steenbergen, een van de drie leden, haalt dezelfde truc nu uit met de eerste drie cellosuites van Bach.Ze kwam op het idee om deze hoogstandjes voor cello solo op te nemen toen ze voor het eerst speelde op een kwint-basgitaar, een instrument dat een kwint lager is gestemd dan een gewone gitaar.
En inderdaad leent deze basvariant, waarvan de stemming min of meer overeen komt met die van de cello, zich uitstekend voor deze muziek. Op deze gitaar klinken de op barokdansen gebaseerde suites wat eleganter, wat minder robuust en gespierd dan op de cello. Getokkeld met vijf vingers kunnen ze ook vloeiender gebracht worden dan met een strijkstok, en de gitariste maakt daar grif gebruik van.
Daarbij weet ze, met schijnbaar achteloze virtuositeit, precies de balans te vinden tussen de precisie waarmee de muzikale raderwerkjes van Bach gespeeld moeten worden en de emotionele intensiteit die voorkomt dat ze mechanisch gaan klinken
A Dutch Treat, The Amsterdam Guitar Trio
The second program of the Mobile Chamber Music Society Series on Nov 15 was an unusual to say the least. First, rarely does one hear three classical guitarists making music together. Second, they were Hollanders dressed in street clothes and as the program noted, the members of the group were known for their 'unorthodox playing technique' and 'unconventional musical beliefs'. Third, their untraditional approach to hand positions and in ways of making sound are more natural than the style of teaching guitar generally found in music school. But such analysis runs amuck when one listens to the quality of the performance.
The mellow and resonant tones of the quiet instruments filled Bernheim Hall like a soundbox. The first half of the program included Pipa, a rich textured landscape composed for the Amsterdam Guitar Trio ten years ago by Japanese artist Akira Nishimura. Mr. de Rijke, spokesman for the group explained that 'Pipa' is a Chinese instrument where every note must be repeated nine times. While this particular sound continuum created by the three guitars had limited tonality, the Dutch trio illustrated several interesting ways of creating innovative music - one was a rod inserted under the strings to get a metallic sound; another was drumming on the wood rather than playing the strings.
In contrast, a group of Spanish folksongs by Manuel de Falla came next and rendered a traditional grounding in the classic repertoire of the guitar. This work already exists in arrangements for many instruments other than the guitar, so the Trio made their own transcription. Full of tempo changes and exacting ritardandos, attention was drawn to the precision necessary to stay together for plucked or strummed instruments. Then the crescendos were followed by a dying away into silence. Such soundscapes against a background of silence reminded the listener that these instruments were invented in a world where a quieter level of sound prevailed. The guitar also lends itself to a greater variety of sound production than any other single instrument.
The second half of the concert concluded two works. First was a Mozart Symphony in which the transcription of the second movement was especially beautiful. The fast running passagework throughout the fourth movement was so clean that at times three guitars sounded like a single instrument played by one person, or like the orchestra itself that the music was taken from.
The final offering was a tango-based work called Porteñas by Argentine composer Astor Piazolla which contained the greatest way of percussive sound of any work on the program. Rhapsodic outpourings of melody were followed by jazz-like sections, syncopation and sounds made from hands streaking down the back of the guitar. What a curtain closer - it brought out all the tricks in the book. Or at least we thought so. Then came persistent applause that seemed to demand an encore. But the trio had another trick up its sleeve. The encore, called 'Table Music' written by a Belgium composer, used the back of the guitar exclusively with synchronized sound by white, rubber gloved hands! And the music was thus sanitized. There's always something new under the sun. Pat and Ernie Pinson, the Harbinger, Mobile, AL.


Eggenberger Schlosskonzerte
Graz - Zu einem glanvollen Abschluss bei ausverkauftem Haus kam es im letzten der diesjährigen Eggenberger Schlosskonzerte.
Mit sehr guten eigenen Bearbeitungen- sieht man von einer interessanten Originalkomposition des Japaners Akira Nishimura ab - konnte das famose Gitarrentrio Amsterdam, aufwarten. Das Spiel der drei so sympathischen wie virtuosen Damen wirkte intiem. Mit Gefühl und technisch versiert wurde da musiziert. Das Repertoire reichte von Johann Sebastian Bach bis zu Astor Piazolla. Finales Erkenntnis: Eigenlich schade , dass es für diese Besetzung kaum Originalkompositionen gibt.